Met ´t schetsboek door Brabant

TIENDE ROUTE. VI. KASTEEL BLEIJENBEEK.

Op den weg naar de rivier zag ik groote constructietorens met enorme opslagplaatsen, vanwaar materiaalbakken door de lucht over de rivier werden gehaald. Het waren de groote werken van de stuw in de Maas bij Sambeek, die zich hier volvoerden en even later vanaf het pontveer had men een goed overzicht van de enorme uitgebreidheid die dergelijke werken vorderen.

Een stoomboot, met roet-zwarte rookpluim uit den schoorsteen, was juist voor ons gepasseerd: het was de vaste bootdienst van Rotterdam die de plaatsen langs de Maas van de noodige voorraden voorziet, zoo vertelde mij de veerman.

Afferden, een aardig klein dorp aan de Maas, met ouden bescheiden toren uit den gevel opgebouwd, zich even verheffend boven het kerkdak, was spoedig achter mij en dan door een prachtige afwisselende streek den grintweg gevolgd, die verder Duitschland ingaat.

Groote boombouquetten, van mooie zware eiken en beuken deden mij vermoeden, dat ik het kasteel naderde en informeerend bij een groote hoeve, die schilderachtig onder het hooge hout gelegen was, vernam ik dat Bleijenbeek eenige minuten verder rechts van den weg reeds te zien was.

Zoo was het ook. Achter een grooten muur, die den boomgaard en moestuin omheinde, kwamen de stugge gevels van de achterzijde met hooge leien daken bekapt, heen kijken en even later bereikte ik de oprijlaan, die mij voor den ingang zou brengen. Door een poort kwam ik op den rechthoekigen voorburg waar ter rechterzijde een boerenbedrijf zich bevond en links de rentmeester van het kasteel woonde. Deze, die mij welwillend toestond het kasteel nader te bekijken, vertelde mij dat het oude kasteel langen tijd in het bezit van de familie Van Hoensbroek is geweest, dat tijdelijk de heer Prins, die er thans nog woont, eigenaar was, doch dat het onlangs weder teruggegaan was in handen van de graven Van Hoensbroek.

Tegenover den voorburg is de hoofdingang, een renaissance poort, die tot een zeer enge binnenplaats toegang geeft. De toren springt op deze binnenplaats naar voren en in een somber vaal licht, veroorzaakt door de hooge ombouwing bij deze smalle afmetingen, vervagen eenige renaissance boogopeningen, die toegang geven tot het onderhuis.

De gevel, die dezen hoofdingang bevat, verbindt de beide naar voren springende vleugels vin het eigenlijke kasteel, dat in hoefijzervorm om de kleine binnenplaats is gebouwd. Hij is lager gehouden dan de beide vleugelgebouwen, terwijl het hoofdgebouw op het achterfront zijn hoogdak er boven doet uitsteken.

Dit nu geeft, niettegenstaande de groote strakheid van de daklijnen, een bijzondere speling, waartusschen het torentje van de binnenplaats wel wat benauwend gekneld is.

De sierlijke peervormige bekroningen op het einde der daken met fijn gesmede windwijzerhouders zijn het eenige ornament dat de daken siert.

Vroeger stond het kasteel in een binnengracht, die nu zich nog alleen vertoont is een droge greppel van groote afmetingen.

De toegang naar den hoofdingang doet nog aan een brug denken, doch aan beide zijden ervan is beplanting aangebracht door muurtjes met heggen omsloten.

Rond het kasteel binnen de buitengrachten, die nog bestaan, is het park aangelegd, waarvan het gedeelte achter het kasteel een ontzaglijke moestuin met boomgaard bevat.

Voor het grootste gedeelte met klimop en wingerd begroeid, passen deze overigens strakke gevels met spaarzame raamopeningen wonder wel in deze omgeving en vooral een aardig hoekje is nog aan den achtergevel, de kapel die vroeger over de gracht was uitgebouwd, doch nu vrij zot over het droge heenhangt.

Maar reeds te lang heb ik buiten de Brabantsche grens vertoefd en dus maar weer spoedig terug denzelfden mooien weg, om bij Heijen de rivier weer over te gaan, te zien wat dit plaatsje voor kasteeltje bezit en dan op zoek naar het kasteel te Boxmeer, zooals de vriendelijke boer te Sambeek mij aangaf.

JOH. D. LOOYEN.

Bron: delpher.nl